Heel kleine column

De ernst van Godfried Bomans

Godfried Bomans (1913- 1971) speelde schaakpartijen met Lodewijk van Deyssel en met Harry Mulisch. Reisde de hele wereld rond en bezocht Rome en Bangkok vanuit zijn thuisbasis Bloemendaal bij Haarlem. Hij schreef sprookjes voor volwassenen, oreerde als een ware causeur en was altijd geestig en gevat op radio en televisie. Hij  was een kenner en liefhebber van Charles Dickens, Piet Paaltjens,  Nicolaas Beets en Felix Timmermans. De Kerk van Rome had voor hem zeker geen geheimen.  Kortom hij was een bijzondere telg van het rijke Roomse leven in Nederland en was zeer geliefd door het publiek van Nijmegen tot Nunspeet op de Veluwe en ook bij ons van Lier tot in Leuven. In het nieuwe boek In alle ernst (Amsterdam: Meulenhoff, 2022)  worden ook de ernst en de diepgang van Bomans aangetoond. Zoals u allen weet : liegt de dichter de waarheid en is de komiek of de clown de treurigste mens op aarde. Toen ik ooit de korte verhalen van zijn collega Simon Carmiggelt in Kroeglopen las voelde ik instinctief dat Carmiggelt die trouwens aan het eind van zijn leven een geheelonthouder werd een grote fijne humorist was; maar dat Godfried Bomans toch nog groter en subtieler was. De latente ernst van Bomans bleef staan als een stevige houten paal onder water.    

                                                                                          Uw deemoedige dienaar,

                                                                                    Hendrik Baudewijn Carette  

Literair bericht

Sinds gisteren (18 januari 2022) staat op het beeldscherm van de wielergedichten.blogspot.com van de Limburgse dichter en wielerliefhebber Miel Vanstreels mijn nieuw wielergedicht

‘Was u voor Fausto of voor Gino?’ over de legendarische haast mythische Italiaanse coureurs Fausto Coppi en Gino Bartali.

                                            Veel lectuurgenot,

                                             Hendrik Carette        

Nieuw gedicht

Ik leef al veel te lang als futurist in het verleden

Ik leef al veel te lang in zwachtels en windsels

en val te vaak in de valkuilen en fuiken  

van de futur antérieur.  

Ik leef al veel te lang als oudgelovige

omringd door ketters en apostaten

in een bos met zilverwitte berkenbomen.

Ik leef al veel te lang geprangd in de samizdat

in een warme houten datsja

met mijn onbestorven weduwe.

Ik leef al veel te lang als langoureuze man

ver van het verleidelijke verleden

in dit trieste troosteloze heden.

Hendrik Carette

MANIFEST

Alles  

                                                                                  Le poète est un ruminant.                                                                               Georges Perros, Papiers collés II                         

Alles werd al (aan allen) voorspeld en voorzegd:

                       De vloed van de zee.

                       De slavernij van de slaven

                       (in het verderfelijke Dubai).

                       De haters die ons haten.

                       Het op de grond vallend zaad van Onan.

                       Het serpent in de tent.

                       De mooie Moabietische

                       (Lady Gaga).

                       De zegeningen en bestraffingen van Job.

                       De felheid van de Filistijnen

                       (in de Gaza-strook)

                       De trouweloosheid van het volk.

                       De honger van de hongerkunstenaar.

                       Het bestaan van het bochelmannetje

                       (Eric Zemmour).

                       De zonde van de afgoderij.

                       De klachten van Jeremia.

                       Een psalm, een lied dat ons ontroert.

                       Het heerlijk erotiserende Hooglied van Salomo

                       en de komst of wederkomst van onze Messias.  

Hendrik Carette

Kerstboodschap

Sedert vorige maand (november 221) ben ik een achtenswaardig lid van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde te Leiden.

Deze morgen vond ik dan ook het jaarboek Accolade (jaargang XXXIX) van deze vereniging in mijn bus. Rietje van Vliet is de naam van de hoofdredacteur en zij woont in Zoeterwoude. In deze aflevering staan lezenswaardige artikelen over o.m. Antoon Coolen, Hugo Claus en Maarten ’t Hart over wie Elsbeth Etty een mooie bijdrage schreef met als titel ‘De heilige Drie-eenheid volgens Maarten ’t Hart’ en met de onverwachte ondertitel:

                                               Bach= God, Mozart= Jezus,

                                               Schubert= de Heilige Geest

                                                           Veel lectuurgenot en een zalig kerstfeest,

                                                                      H.B.C., 22 december 2021 

Gedicht

André Klukhuhn; een naam als een klok

Hij schrijft lijvige boeken. Niet één boek

van hem is gesneden koek.

Hij is een chemicus

en kent de formidabele scheikundige formules.

Hij is geen halve Duitser

en geen halve Jood.

Zijn rare naam klinkt als die nare klok

in de Symphonie phantastique van Hector Berlioz.

Hij weet heel veel over de wetenschap en het denken

van anderen (Wittgenstein, Feyerabend en Fichte).

Wie zijn boeken leest kruipt stil in een hoek

en raakt vroeg of laat in een vreemde lus.

Hendrik Carette

DOCUMENT

In de nieuwe biografie van Joris van Severen (Doorbraak, 2021)  geschreven door de deskundige Dr. Luc Pauwels verwijst de auteur al op pagina 16 naar mijn tekst die ik hieronder voor de lezers laat volgen want Luc Pauwels citeert niet één zin uit deze tekst die dateert van 2015.

De vier gebroeders Morael : Jan, Jef, Karel en Frans

De drie musketiers in dienst van de Franse koning Lodewijk XIII waren, zoals bekend, eigenlijk met vier.  Maar hier in het fotoboek (fotobiografie, Ieper 2014) over Van Severen en het Verdinaso zag ik op bladzij 182 een unieke oude zwart-wit foto die al bijna vergeeld moet zijn als een sepia. Hier poseren de vier gebroeders Morael in een sober en streng uniform van de Dinaso Militanten Orde. Zowel Jan, Jef, Karel en Frans dragen op het hoofd  een soort van stormpet en een dubbele overdwarse koppelriem en alle vier staan met de handen op de rug en geen van de vier lacht hier lichtzinnig of frivool. Het zijn duidelijk vier ernstige jonge idealistische mannen die geloven in hun Leider en in zijn beweging en die geloven in hun roeping of in hun missie als trouwe soldaten die bereid zijn om te strijden en desnoods alles op te offeren voor hun idealen. Bij de foto staat geen datum vermeld, maar vermoedelijk is dit een foto die werd genomen vóór de oorlog in de woelige jaren dertig van de vorige eeuw.  De kans dat ze dus nog in leven zouden zijn is zeer gering en onbestaande. Wat gebeurde er verder in het leven van deze vier jonge mannen?  Zijn zij in de collaboratie beland of in het verzet? Werden zij vrijwilligers voor het Oostfront? Of hielden zij zich afzijdig? Het is en blijft een unieke foto, omdat zij als vier eendrachtige gebroeders duidelijk dezelfde idealen incarneerden : Dietsland en Orde, eenheid in de verscheidenheid, een hang naar grootheid en strijdbaarheid en alle vier incarneerden zij een soort van soldatesk leven. Het waren duidelijk geen enge kleinburgers, geen politieke profiteurs en geen ambitieuze academici; het lijkt mij eerder duidelijk dat dit vier eenvoudige jonge mannen waren die een zin aan hun leven wilden geven en het toenmalige Verdinaso mocht en kon toentertijd fier zijn dat het zulke enthousiaste leden (en ook geheime leden) in zijn rangen telde. De grootste (letterlijk) van de vier was Karel en de kleinste was Frans. Ze lijken, hoe dan ook, toch nog sterk op elkaar, want alle vier kijken onbevangen en bijna weemoedig en sereen naar de lens van het fototoestel. Wie heeft deze foto genomen en in welk jaar? Was het vóór of na de Nieuwe Marsrichting? Zijn zij later gehuwd en hadden zij zonen en dochters? Zijn zij gesneuveld? Werden zij in de repressiejaren gemolesteerd en gearresteerd? Bleven zij hun utopische  jeugdidealen trouw? Of werden zij vermalen door het harde leven? Het zijn prangende vragen die mij blijven   kwellen. Maar dankzij de publicatie van dit boek krijgen zij alsnog het eeuwige leven.

Hendrik Carette

Over Paris-Robeke

Het koersbeest in de hel van het Franse noorden

met die oude Vlaamse oorden 

                                                                                             voor Willie Verhegghe

Het valt en vloekt, bezweert de wielergoden 

en demarreert. Het slikt en snuift, het hijgt 

en maakt een plas of urineert.

En vanaf Compiègne glijdt het over de wegen 

tot op de Pevelenberg of staakt de strijd in Hem.  

Het klimt haastig over een bareel aan een 

verlaten verroeste spoorlijn, komt te laat

voorbij Arenberg of bij die bocht aan De Boom. 

Het stampt en schakelt, raakt danig bevuild 

en huilt als een kind dat vecht tegen de wind, 

het stof, de regen op die harde helse keienstenen. 

Het wint geen koers en is geen prijsbeest.

Het is het knokige koersbeest dat blijft jagen

op het glas van mijn breed panoramisch scherm 

en dat elk jaar weer die zondag domineert

alsof ik daar sta en staar vanop een berm.    

Hendrik Carette 

DROOMGEDICHT

Ik droomde  

Ik droomde dat ik zeer groot was, groter dan een orka 

in de oceaan. Ik woog wel dertig ton en was 

minstens twintig meter lang, gewoon echt mega.   

Ik droomde dat ik een balein was, een witte bultrug

en vergat die kapitein met zijn houten been 

op zijn walvisvaarderboot en zijn hozende matrozen.

En ik spoot mijn waterzuil luid en hoog 

en zong urenlang mijn onderzees gezang 

tot ik dieper dook tot in de abyssale diepten.     

Maar ik vergat het bultige wijfje niet

want met mijn meterslange roze penis 

paarde ik graag en traag in de tropisch blauwe wateren.  

Hendrik CARETTE