Het zijn rare tijden voor onze republiek der letteren
De heer Nescio was waarlijk de grootste Nederlandse dichter hoewel hij alleen maar heerlijk proza schreef.
De gnostische dichter Lucebert hield van Hitler
maar Adolf Hitler hield alleen van Richard Wagner.
Wie alle romans leest van de arts Simon Vestdijk; heeft
geen eigen leven meer en wordt geestelijk ziek.
De taalkunstenaar Ivo Michiels had een duister verleden. Ook Hugo Claus en Cyriel Verschaeve werden besmeurd.
De Vlaamse Filip de Pillecyn was een fijne stilist. Vraag ’t
maar aan Monsieur Hawarden of aan Hans van Malmedy.
De allesweter Paul Claes houdt niet van Richard Minne
want ook een erudiet heeft soms grote blinde vlekken.
De charmante Charlotte Mutsaers wou weer vrijelijk dolen
en dwalen tussen de zanggebroeders van het woud.
De zwarte Astrid Roemer stierf in Paramaribo
en niet alhier op de lange Scheveningse pier.
De wijze Paul de Vree en Freddy de Vree waren verwant. Beiden vond ik eerder sympathiek en niet zo pedant.
Mijn vriend Frans Boenders werd oud en heel erg ziek.
Wie zal nu met mij naar Tibet of de Himalaya gaan?
Hendrik Carette
