Strandgedicht

 

 

Audresselles (Odersele)

 

Bij laag water drink ik hier absint met veel leidingwater

en proef ik de zilte lucht met veel jodium en pekelzout.

 

Bij hoog water drink ik hier bier dat goed schuimt

en staar naar de krijsende meeuwen en mensen.

 

Bij storm hoor ik de wind huilen op het keienstrand

en bid ik stil tot Maria, Stella Maris, Sterre der Zee.

 

Maar zowel bij eb als bij vloed voel ik mij hier goed

in dit kale dorp op een kalkrots bij het Nauw van Kales.

 

Hendrik Carette

Reisgedicht

Stierspringen (Bull-leaping)

Kreta, 2.000 B.C.

 

Een blanke slanke vrouw staat bij de lange witte hoornen

van de stier in de arena.

Een tweede blanke slanke vrouw staat bij de staart.

De man, een bruine acrobatische atleet,

springt achterwaarts omhoog

en belandt dan op de rug van een vereerde stier.

 

Dit is in een geniale flits, het gevaarlijke moment

van de sprong.

Het hoogtepunt voor de Minoïsche mens

en het beginpunt voor de latere tauromachie.

 

Hendrik Carette

Persoonlijke notities

Ik zie schimmen en nachtzusters

 

Een schizofreen is nooit alleen.

Fernand Lambrecht, Nachtelijke invallen

 

Zou de chalet van Ludwig Wittgenstein in Noorwegen (gebouwd tegen een steile beboste rots in Skjolden) nog wel bestaan? En wie gaat met mij mee voor een tocht of een reis naar dit oord? Skjolden Brygge bevindt zich halverwege tussen Bergen en Trondheim aan een fjord, want daar zijn veel fjorden.

*

Als jonge knaap en oude knaap (geen schandknaap) was ik zo arm als een kerkrat in een kille kerk.

*

Orgelmuziek, beiaardmuziek en de lichte marsmuziek van een fanfare in Frans-Vlaanderen maken mij weer blij.

*

De filosoof Etienne Vermeersch was letterlijk en figuurlijk een vriendelijk lachende dwerg vergeleken met grote strenge filosofen die geen rabiate ongelovigen waren.

*

De bekroosde vijver van de Vlaamse poëzie is zo klein dat ik aan de andere oever aan de overzij zonder verrekijker de schimmen van een paar dode dichters ontwaar.

*

De geestige Amerikaan Ambrose Bierce had een superieure Britse humor. Zo formuleerde hij zijn lemma over de egotist in zijn beroemd duivels woordenboek:A person of low taste more interested in himself than in me.

*

In mijn bureau met de altijd neergelaten rolluiken leef en lees ik in de duisternis om zo nog meer te verlangen naar het licht.

*

La douce France in betere tijden: de levenslustige zwarte Joséphine Baker die danste en zong: J’ai deux amours; mon pays et Paris…

*

Alleen de uiterste rafelranden van Europa zijn nog Europees; zoals Schotland, Jutland, Friesland, Lusitanië en Armorica, of het Noorwegen van Knut Hamsun en het Finland van Jean Sibelius. En dan heb je nog Dalmatië en een zeldzaam Italiaans of Grieks eiland. En allicht ook Riga en het hele Balticum.

*

Vergeet de Corsicaan Napoleon en denk even aan het bewogen leven van zijn neef Pierre Bonaparte die van 1838 tot 1848 zijn dagen doorbracht in onze Ardennen, meer bepaald in het dorp Daverdisse aan de snel stromende rivier de Lesse. Deze unieke tekst vond ik in Daverdisse op een plaquette: “Passsant, souviens-toi! Ici, de 1838 à 1848, Pierre Bonaparte, neveu de l’Empereur, Prince errant des forêts d’Ardenne, vint calmer son humeur farouche.” Vooral die laatste zin is gewoon prachtig, bovendien betekent het woord “farouche” in het Diets zowel schuw en schichtig als wild en woest.

*

Lees alleen nog de allergrootsten in M majeur: Henri de Montherlant, Multatuli, Henri Michaux, Herman Melville, Hendrik Marsman, Sandor Marai, Kazimir Malevitch, Richard Minne en de epigrammen en satiren van Marcus Valerius Martialis.

*

Gerrit Achterberg was een moordenaar, maar hij schreef machtige gedichten. En deze dichter was zeer Bijbelvast en zeer bezwerend.

*

Reis met de trein naar Dieppe in Normandië en blijf daar een paar dagen omdat ook de Roemeen Emile Cioran daar dagen heeft rondgedoold tijdens de lange nachten van zijn trieste  slapeloosheid.

*

Een akelige zeer curieuze gedachte:  Het eerste leven van Ludwig Wittgenstein speelde zich – samen met dat van Hitler – voornamelijk af in de Oostenrijkse steden Linz en Wenen. En in 1945 schreef deze filosoof: “Men kan moeilijk een redelijke woede aanvoelen zelfs tegenover Hitler, en nog minder tegenover God.”  En zelfs de atoombom zag hij voor de mensheid als een soort van bitter maar heilzaam medicament. Zowel Wittgenstein als Hitler werden geboren in 1889 en dan nog beiden in de maand april. Was het niet de dichter T.S. Eliot die The Waste Landliet aanvangen met de woorden April is the cruellest month…

*

Ik wilde altijd al schrijven waarover nog niemand eerder durfde of kon schrijven.

*

Een engel heeft geen geslacht en dus ook geen angel.

*

De Friezen zingen niet, zij waden door de wadden en roeien landinwaarts.

*

Wie wil en kan een mooie film maken of een scenario schrijven voor de verfilming van het leven van de Amerikaanse dichter Ezra Loomis Pound. Het kleurrijke decor in Rapallo en Rome is er al, de regisseur en de acteurs (Pasolini interviewde Pound!) en de actrices nog niet.

*

Indien orde tot God zou leiden dan leidt de wanorde naar de Satan.

*

In het boek Muurtekeningen (Gent: Stichting Mens en Kultuur, 1991) over de tekenaar en schilder Alfred Ost (1884-1945) vond ik minstens tweemaal de familienaam Carette en ik citeer de twee schokkende en ontroerende citaten op pagina 41: “In de kliniek wijkt Carette niet van zijn zijde, en sluit zich zelfs op in de kleerkast van de ziekenkamer om ook ’s nachts bij Ost te kunnen zijn. Die gehechtheid wordt niet geapprecieerd door de nachtzusters die dreigen hem de toegang tot de kliniek te verbieden.” En wat verder schrijft Karel Luyckx: “Ondanks de pijnen, de koorts en het feit dat hij met het uur zwakker wordt wil Ost werken, tekenen, scheppen. Tot de laatste minuut. Als hij die, in volle bewustzijn voelt naderen, bindt hij met het snoer van de nachtbel zijn arm aan de arm van Carette en sterft. “

*

God is alom en allerwegen aanwezig. Ook in Ploegsteert aan de grens van West-Vlaanderen met Henegouwen, in Alveringem of in Ardooie waar het naar het woord van de dichter Jan van der Hoeven nog hard kan ardooien…

*

Mijn hang (gang) naar het verre Mongolië (de Mongoolse vlakten en bergen) wordt almaar dwingender. Maar eerst ga ik met de boot vanuit Bretagne (Roscoff) naar de westkust van Ierland om daar almaar naar de resten van dat eiland te staren.

*

De wetenschap acht het bestaan ervan nu pas bewezen. Terwijl ik allang geloof in die zwarte gatenof de zuigende kracht van een immens zwart gat in de kosmos.

 

                        Hendrik Carette

                                                                                   Schaarbeek, april-mei 2019

Gedicht

 

Mijn vier vermommingen

 

Zesenzestig jaar geleden, toen ik al zes jaar was

op de dag van mijn eerste communie

droeg ik een fraai matrozenpakje.

 

Als zestienjarige en achttienjarige adolescent

droeg ik plots een groen uniformhemd

met daarop een oranje das.

 

Later tijdens zomerse tuinfeesten

een donkerblauwe zeer burgerlijke blazer

met een dubbele rij gouden of goudkleurige knopen.

 

Nu draag ik graag een oudmodisch tweed jasje

gemaakt uit Schotse ruwe Shetlandwol

vermomd als arme aristocraat en literaat.

 

Hendrik Carette

 

 

Gedicht met een domme vraag

Arthur Schopenhauer uit Danzig

 

Wanneer ik Goethe lees, verveel ik mij. Wanneer ik Goethe

ergens geciteerd vind, ben ik verrukt – dit zonder enige ironie.

                                   Simon Vestdijk, Het eeuwige telaat  

 

 

De dikke pafferige Duitser Goethe minachtte hem

en miskende hem een beetje en de bekende dichter

had liever zijn moeder Johanna Schopenhauer

want ach; Arthur was toen nog onbekend en onbemind

– ook door en voor zijn eigen mondaine moeder.

 

Maar mijn domme vraag is nu na twee eeuwen:

wie lees ik en verkies ik nu?

En ik antwoord zonder schroom: ik verkies de denker.

 

Hendrik Carette

Reisgedicht

Een reisplan als levensplan                                               

Ook Homerus had al een baantje.

Als rapsode bij aristocraten.

Gerard Koolschijn, Geen sterveling weet   

 

Laten we samen naar Latium gaan

en daarna naar de heuvel Palatijn.

Jij mompelt daar dan in ‘t Latijn

en ik in ’t Grieks als een oude rapsode.

 

Laten we na deze eerste reis

naar een Grieks eiland gaan;

‘k dacht aan Patmos of Chios

maar het mag ook Kreta zijn.

 

Laten we dan naar Egypte gaan

op de weg die Eckhart ons aanwijst

naar een kluis met een kruis

of een Koptisch klooster in de woestijn.

 

Hendrik Carette

GEDICHT

Verlanglijst

 

Geef mij geld en gouden juwelen, duurzame aandelen.

Geef mij na de zoveelste beurscrash een boek

van Longinus in het Latijn.

Een genie die wel weet waarover het gaat: het sublieme

en het verlangen naar het sublieme.

 

Geef mij Hadewijch en Sappho, geen losbandige Lesbia

zoals haar minnaar Catullus haar altijd wilde.

Toon mij een tattoo voor het erotisch mystieke leven.

Toon mij een deel van het geheel.

Of geef mij maar niets, ik zal het wel dromen en stelen.

 

Hendrik Carette

Denkbeeldige reis

IJsland

 

Er zijn geen slangen op het eiland IJsland

geen zwarte slangen en geen vale ijsberen

en soms achter een struik of een basalten steen

– er zijn hier weinig of geen bomen –

schuilt een struise geknevelde Vikingmaagd.

 

Snorri, de skald, die door de geleerde Borges

meer dan eens werd geciteerd (wat een eer!)

werd vermoord in zijn buitenbad (Snorri’s warme bron)

maar hij verwekte meerdere dochteren en zonen

bij meerdere warme roodharige IJslandse vrouwen.

 

IJsland is veel groener dan het nabije Groenland.

 

Hendrik Carette

Open Brief

Brief aan Lucienne Stassaert; de Jonkvrouw met de te zware spade 

 

Aujourd’hui, il n’y a plus que les prêtres qui veulent se marier.

Louise de Vilmorin

De adellijke dichteres Louise de Vilmorin met haar blauwe salon en haar zwierige hoofse manieren en haar vele beroemde minnaars (Antoine de Saint-Exupéry, André Malraux en alle anderen) zuchtte : ‘Je suis née inconsolable’ en onze weerbarstige agressieve dichter Henri Michaux: ‘Je suis né fatigué’. Vooral die eerste verzuchting lijkt mij voor u zeer toepasselijk. Inktzwart en hartgrondig somber zijn uw herinneringen die u schreef voor het boek Souvenirs (Leuven:  Uitgeverij P, 2014).

Hoe meer ik bladerde en las in uw smartelijke boek, hoe meer ik begon te denken; dit boek moet ik rustig herlezen en u dan een brief schrijven. Geen dreigbrief, geen bedelbrief, geen scheldbrief maar een brief ter vertroosting en ter lering.  Gewoon om een paar mistroostige misvattingen uit dit boekje te lichten en om het dus letterlijk wat lichter en helderder te maken. Want het uitzicht op uw Umweltblijkt meestal verduisterd en versluierd door uw al of niet opgedroogde tranen. Ziehier mijn tien bezwaren of corrigerende commentaren die ik in elf punten, punt per punt, aan uw lezers en lezeressen wilde meegeven.

 

1 Mijn goede vriend Herwig Verleyen (°Dendermonde, 1946) schreef negen sobere betekenisvolle haiku’s over de schilderijen van de ascetische schilder Dan van Severen die verschenen in de Poëziekrant (dd. augustus-september 2009, p. 27 ). Deze negen haiku’s vormen een mooi geheel, maar ik citeer hier toch even één ervan; de negende:

Hij trekt een lijn,

alsof niemand dit vóór hem deed –

voor het allereerst.

En hoewel deze haiku mij ook een beetje doet denken aan Michel Seuphor die ook graag een lijn trok, werd deze publicatie door u helaas niet vermeld.

2 Uw liefde voor de muziek van de Franse componist Maurice Ravel is aannemelijk, maar luister ook eens naar muziek van de componist Edgard Varèse.

3 Niet de Chileen Pablo Neruda, maar de Argentijn Jorge Luis Borges is m.i. de grote Amerikaanse dichter van de vorige eeuw. Niet de heilig verklaarde Neruda, maar de ongelooflijk erudiete Borges verdiende de Nobelprijs voor de letteren. Wat Bart Vonck en zijn vrienden ook mogen beweren. En de eerste Nederlandse vertaling van fragmenten uit de Canto General werd trouwens in 1973 uitgegeven door Johan Sonneville te Brugge in een mooie losbladige uitgave

4 De uitgever, dichter en romancier Johan Sonneville was wel degelijk een vrijmetselaar en dus een broeder voor zijn broeders in het Groot-Oosten. Misschien op dat moment toen eenslapende… Hij bevestigde dit ooit zelf in kapitalen of hoofdletters in het tijdschrift Gierik. Vraag het maar aan zij die het kunnen weten.

5 Jan de Roek was inderdaad een veelbelovend talentvol dichter, maar hij is helaas te jong gestorven. Na zijn Jeunesse doréewas het zijn lot om vroeg te sterven.

6 Uw voormalige echtgenoot; de plastische kunstenaar Wybrand Ganzevoort had een zeldzame zin voor humor. En u weet het misschien niet meer, maar van mij kreeg hij in elk geval een eeuwige vergunning. En uw persoonlijke ontgoocheling of uw huwelijksperikelen kunnen daar niets aan veranderen. Zijn werk ‘De geest in de fles’ bewijst dat hij wel degelijk een visie had, en zijn drie-dimensionele plastische démarche kreeg zelfs geen aandacht in het boek Vorm & visie(Gent: PoëzieCentrum, 2014) van Renaat Ramon. Zoals alle fijnzinnige humoristen is hij wellicht een tragisch trieste kunstenaar. Maar hem nu als een dwerg bestempelen, vond ik toch een valse noot op uw klavier.

7 Algerijnse rode wijn is meestal te slecht om te drinken. Amélie Nothomb drinkt ’s morgens vroeg elke dag minstens één liter groene thee. Henri Michaux was een notoire waterdrinker. Maar koning Alcohol onterft of doodt eerder vroeg dan laat al zijn koningszonen.

8 Uw poezenliefde is zeer aandoenlijk en ook ik had hier in Schaarbeek tijdens een bepaalde periode niet minder dan drie poezen (Moustache, Mistral en Déodat) en in het Liber amicorumLucienne Stassaert(Antwerpen, 1995) schreef Henri-Floris Jespers een mooie tekst over Moorke, Lamartine en Ravachol (de mooie namen van zijn drie poezen), maar weet u wat de Franse filosoof Blaise Pascal in zijn Pensées (Editions du Seuil, 1962) schreef over onze dierenliefde : ‘Bassesse de l’homme jusqu’à se soumettre aux bêtes, jusques à les adorer. ‘ (Papiers classés, 53, 429). De Hollandse verteller en bioloog Maarten ’t Hart hield zelfs ooit van ratten en bestudeerde deze dieren. Charlotte Mutsaers hield zielsveel van haar hondje Plume en zelf ben ik al jaren een groot bewonderaar van de baleinwalvis en ooit had ik zelfs een mooie Pruisische sierhond (Lisa), over wie ik het gedicht ‘Eenaristocratische hond’ heb geschreven… maar een dier kan natuurlijk nooit de aanwezigheid van een geliefde of een trouwe vriend vervangen.

9 Renaat Ramon schreef ooit een grafgedicht over uw verschijning. Nooit mocht ik dit gedicht lezen en ook de lezers van het letterkundig tijdschrift Diogenes mochten het nooit lezen. Een grafgedicht over iemand die nog leeft is altijd gevaarlijk en heeft meestal een licht spottende of soms zelfs zwaar cynische onder- en boventoon. En ik vermoed dat het al bij al nog een geluk is voor u dat dit gedicht nooit het daglicht zag.

10 Wat nu de liefde betreft : ik raad u aan om de aangrijpende en ontroerende roman Over de liefde (Amsterdam : Querido, 2008, achtste druk) van de helaas ook al overleden Doeschka Meijsing te lezen.

11 U heeft twee dochters op de wereld geworpen. En het zijn echt mooie, verstandige en buitengewoon goede dochters. Dit feit zou u mateloos moeten verblijden, te meer omdat ik een fervent aanhanger ben en blijf van het matriarchaat.

 

Uw toegenegen,

Hendrik Baudewijn Carette

 

P.S. : Ik raad u niet aan om naar Hamme te gaan om u daar definitief te vestigen, u kunt beter naar de zeekust gaan, naar Oostduinkerke of naar Oostende waar ooit de schilder Leon Spilliaert woonde en werkte en waar ook Charlotte Mutsaers nog altijd graag verblijft. Het leven is voor niemand een lachertje, maar een zachte zeewind en soms een zeewind met windkracht acht kan helpen om te overleven en even de bitterheid van het leven te vergeten. Ook Zeeuws-Vlaanderen of de kust van  Zeeland (Zoutelande, Domburg of Zierikzee)  biedt een mooi uitzicht.  Onze collega, de dichter Stefaan van den Bremt zou zich trouwens al sinds een paar jaar daar hebben gevestigd, meer bepaald in Koudekerke, op het voormalige eiland Walcheren.

 

GEDICHT

Het Bourgondisch banket

 

voor Philip Hoorne

 

De dikke ziener en ik eten met honger en smaak.

De dikke ziener en ik zijn geen magere zenuwlijders

en we zitten graag aan de lange eiken tafel van de hertog.

 

We eten eerst elk vier ganzeneieren

en vullen onze arme darmen

met bruin roggebrood en gele gezouten boter.

 

Daarna proeven we de pasteitjes en slurpen

aan de warme vleessoep. We drinken daarbij

geen bier en geen putwater uit een Artesische put

maar beenderzwarte Bourgognewijn.

 

Dan volgen de snoeken, brasems en baarzen

en de gemarineerde kwartels en fazanten

op een bed van spetterende sauzen.

 

Dit alles gevolgd door gedroogde vruchten en een grog

want morgen moeten we weer een hele tijd vasten.

 

Hendrik Carette