Leeslijst

Twaalf bijzondere Nederlandstalige boeken van het rampenjaar 2023

Elke maand minstens één uitzonderlijk goed boek.

  1. Vlaanderens waanzinnigste eeuw 1297-1385, Joren Vermeersch, Gent: Borgerhofff& Lamberigts, een meesterwerk van een historicus en jurist die kan schrijven en vertellen als een literair genie. Zijn verslag van o.m. de bloederige Guldensporenslag in 1302 is een kleurrijk en waarachtig lectuuravontuur. Ook de opstand van de boerenrebel Niklaas Zannekin is zeer leesbaar en sleept de lezer mee ’s avonds tot in de nacht.
  2. Mens worden is een kunst, vier etudes van Rob Riemen, Amsterdam: – Polak & Van Gennep. Riemen is de stichter van het Nexus instituut en hoofdredacteur van het gelijknamige merkwaardige culturele en filosofische tijdschrift in boekvorm dat al sinds 1991 verschijnt.
  3. Dat alles ben ik, gedichten van Friedrich Nietzsche, Groningen: Historische Uitgeverij, samengesteld, vertaald & toegelicht door Ard Posthuma met een inleiding van Piet Gerbrandy en essays van Martine Prange en Mariëtte Willemsen. Wie dacht dat Nietzsche enkel een filosoof en een linguïst was, vergist zich schromelijk want hij was ook nog een soms duistere en zeer hysterische Duitse dichter.
  4. De Reynaert, Leven met een middeleeuws meesterwerk, Frits van Oostrom, Amsterdam: Prometheus. Alles over van den vos Reynaerde en onze middeleeuwen door deze geleerde met de historische teksteditie en een rood leeslint. Of een meesterlijk boek over een meesterwerk door een grootmeester.
  5. Het is een vlakte waar geen moeders wonen, op zoek naar Maurice Gilliams, door Hans Kleiss, uitgegeven in eigen beheer met aan de voorzijde een tekening van de dichter Gilliams door Antoon Marstboom en diverse foto’s en documenten. Beter dan een biografie want geschreven door een ware liefhebber die heel veel heeft opgegraven en gevonden.
  6. Alles onder de hemel, Ferdinand Verbiest en de ontdekking van China, Veerle de Vos, Kalmthout: Pelckmans. Bijna een ode aan de jezuïeten die zowel in Japan als in China actief waren. Een levenswerk. Of hoe een West-Vlaming van Pittem naar Peking reisde. Ook een goed leesboek voor ongelovigen, heidenen of protestanten.
  7. Elk woord ging ademhalen. Het leven van de dichter Martinus Nijhoff door Bart Slijper die hier als biograaf niet aan zijn proefstuk is over deze magnifieke modernist. Amsterdam : Prometheus. Nijhoff is trouwens de dichter van o.m. de beroemde sonnetten ‘De moeder de vrouw’ dat als volgt begint: “Ik ging naar Bommel om de brug te zien.” en het sonnet ‘Impasse’. Hij is ook de dichter van de dichtbundel Awater (1934) dat doet denken aan de titel van het gelijknamige poëzietijdschrift dat in Nijmegen wordt uitgegeven door het Poëziecentrum van Nederland en dat in 2002 werd opgericht door niemand minder dan Gerrit Komrij.
  8. Waarheidsliefde en biefstuk. Essays over lezen en schrijven van Arnon Grunberg.

Amsterdam : Nijgh & Van Ditmar. Deze onvermoeibare jood die in New York woont is een duivelskunstenaar die al veel heeft geschreven en gelezen en over alles en allen een uitgesproken mening heeft.

  1. Balts, dertiende dichtbundel van Luuk Gruwez, Amsterdam:De Arbeiderspers,de dichter van Vuile manieren (1994) en Wijvenheide (2012) is allang geen zeemzoete neo-romanticus meer, maar een nuchtere ironicus die soms sarcastisch wordt en toch altijd lyrisch blijft en niet zonder humor schrijft en wrijft. Zijn gedichten ‘De boeren boeren’ en ‘Psalm voor afvalligen’ konden mij zeker overtuigen van zijn toverachtige taalkracht.
  2. Austerlitz-Parijs-Alaska is de titel van de nagelaten verhalen of postuum uitgegeven verhalen door uitgeverij Brooklyn (www.uitgeverijbrooklyn.nl) van Jacob Maarten Arend Biesheuvel die in 2020 in Leiden overleed.Dit boek bevat dus unieke, zeer geestige en soms erg aangrijpende verhalen van deze onnavolgbare rasverteller. De inleiders en samenstellers Ruud Roodhorst en Erik de Bruin schreven een inleiding ‘Bies’ schaduwoeuvre’ die als volgt begint: “Als we Maarten Biesheuvel op zijn woord mogen vertrouwen, en er zijn voldoende redenen om dat vooral niet te doen, zijn de verhalen die hij in zijn ruim vijftigjarige literaire loopbaan bijeen schreef slechts het topje van de ijsberg.”
  3. Het voorland, nieuwe dichtbundel van Herman Leenders, Amsterdam : De Arbeiderspers. Deze schijnbaar eenvoudige meestal korte gedichten lijken soms wat al te simpel, maar bij herhaalde herlezing blijkt dat het sublieme en het subtiele van zijn gedichten wel degelijk vanuit het aardse oppervlak opborrelt;. De cyclus van tien Romeins genummerde gedichten ‘De velden van rouw en verdriet’ is een echte rouwcyclus die al het anekdotische ontstijgt.
  4. Oostende in de belle époque, ondertitel: ‘Het zwierige tijdperk van Ensor’, door Kurt van Eeghem, Kalmthout: Pelckmans Uitgevers. Deze zwierige causeur maakte een schitterende ode aan de stad Oostende en één van haar unieke bewoners; de excentrieke kunstschilder, muziekcomponist en carnavalist James Ensor die zo graag flaneerde op de dijk van deze badstad waar geen zinkgaten in de straten waren. En voor wie nog mocht twijfelen; Oostende is en was trouwens lange jaren één der mooiste en meest aantrekkelijke steden van dit land. En zelfs de geschiedenis van deze stad aan de Noordzee met het Beleg van Oostende dat duurde van 1601 tot en met 1604 maakt deze ooit zo mondaine stad ook tot een rebelse geuzenstad.

P.S. : en voor de gevorderden onder ons zijn er nog vier zeer merkwaardige boeken: Afscheid van de handkus van mijn goede collega Benno Barnard (Atlas/Contact), Frans en toch Vlaams van de onvermoeibare Frans-Vlaming Wido Bourel (Uitgeverij Ertsberg), Onder een andere hemel (Uitgeverij Prometheus) van Joke J Hermsen, de mooiste schrijfster van Nederland, en ten slotte het Handboek over H.C. Ten Berge, één van onze grootste dichters (PoëzieCentrum) met essays van eminente deskundigen als Piet Gerbrandy, Cyrille Offermans, Jooris van Hulle en Gerrit Jan Zwier.

Hendrik CARETTE

Schaarbeek, jan. 2024

gedicht bij een schilderij

Chaïm Soutine - Portrait d'homme (Emile Lejeune)

Portret van Emile Lejeune door Chaïm Soutine
(olie op doek, 1922-1923)

Uw snor is te klein en te vlekkerig

uw ogen zijn te klein en te waterig

uw oren zijn te groot

en uw nek is nog net geen zwanenhals

uw das is verknoopt

en uw colbertjas floddert vuil en bevlekt

uw hoofdhaar is te schaars geplakt op uw schedelpan.

Uw hele persoon lijkt gewrongen en verfomfaaid;

om deze reden heeft deze joodse meester

u honderd jaar geleden een portret aangenaaid.

Hendrik Carette

Portrait d’homme (Emile Lejeune)

Echt gebeurd

Een feestmaaltijd, in Quevy-le-petit, aan de Franse grens

Eerst begon hij, in naam van ons allen, luidop te bidden
en dan dankten we allen, mild en dankbaar, onze spijzen.

De rijke stamvader en gastheer stamde uit het Hageland
en reciteerde een Franse fabel van Jean de la Fontaine.

Met boerse waardigheid demonstreerde hij zijn moraal
en ik luisterde verbijsterd naar zijn burgerlijk verhaal.

Verblijd als een blinde die weer ziet verliet ik de lange tafel
en keurde, als een dierenvriend, de beesten in de stallen.

Later na de koffie met cognac (Franse melk) wandelde ik
naar het veld en de omheinde weide tot in Quevy-le-grand.

Maar ik zag geen geen stalmeiden en geen dronkaards
geen arme dompelaar, geen keuterboer en geen kompel.

Hendrik CARETTE

Herinneringsgedicht

Een aangenaam Antwerps kwartet

Paul Neuhuys was een subtiele dichter en

een magnifieke rookverkoper en leefde

uitbundig in de belle époque van zijn Dada.

Adriaan Peel benoemde bloemen en planten

met de Latijnse namen en werd later een monnik

in het hoogland van de Boeddha.

Julien Vandiest was een eminente schaakspeler

en plaatste als zacht zalvende filosoof

een pleister op open wonden en monden.

Guy Vaes was de laatste aristocraat van Antwerpen

en tijdens een lange lome zondag zag hij

als fotograaf alle graftomben en groeven in Londen.

Hendrik Carette

Uitzinnige uitspraken

Waarheden en wijsheden uit West-Vlaanderen

Wonder en is gheen wonder. (Simon STEVIN)

*

Waar een wilg is is een weg. (Jan VAN DER HOEVEN)

*

Een schizofreen is nooit alleen.(Fernand LAMBRECHT)

*

Het is de stilte die de muizen maakt. (Serge LARGOT)

*

De vouw glijdt telkens weer af naar de chaos, en de man klimt telkens weer op naar de kosmos – de steen van Sisyphus – het blijft een eeuwige strijd. (SAINT-RéMY)

*

De Belgische ziel – vroeger had men het over volksaard, maar dat mag niet meer; nu heeft men het over identiteit , maar die is ook verdacht – zou vooral een holle ziel zijn, gedefinieerd door wat ze niet is. (Luc DEVOLDERE)

*

Een goed boek is een goede vriend en mijne boeken zijn tegenwoordig nagenoeg de eenige vrienden die ik heb. (Caesar GEZELLE)

*

Iemand die ertoe gekomen is te geloven in de duivel en zijn pomperijen, moet onvermijdelijk ook geloven in God, zonder wie de duivel geen reden van bestaan heeft. (Herman BOSSIER)

*

Er is niets nieuws onder de regenboog. (Renaat RAMON)

*

Wij raken altijd het spoor bijster. (Frans DESCHOEMAEKER)

*

Ik ben van het blanke ras en ongehuwd. (Hugo CLAUS)

*

Heb je soms ook dat je leven aanvoelt als de ontkenning van de rede? (Marcel VANSMLEMBROUCK)

*

Hij moest de vriendelijke man in zich doden, hem van zich afschudden. Tot nu toe was vriendelijkheid zijn wandelstok geweest, maar waar had dit hem gebracht? (Herman LEENDERS)

*

In de dood zijn scepters en truwelen gelijk. (Willy DEZUTTER)

*

Boutens stond inderdaad voor een moeilijke tweesprong: zou hij voortluisteren naar de stem van Homerus of zou hij zich gewonnen geven aan de moderne Muze? (Karel DE CLERCK)

*

tussen brugge en brussel

100 kilometer wroeging en verraad.(Marcel VAN MAELE)

*

Mijn grimmigheid is niet de grimmigheid van een personage. (Alain DELMOTTE)

*

De deugd gaat in het midden, zei de duivel, en hij liep tussen twee kapucijnen. (Achiel VAN ACKER)

*

Het landschap van de archaïsche lyriek lijkt op een streek die door een orkaan werd geteisterd. (Patrick LATEUR)

*

De Basken zijn een woest bergvolk, de West-Vlamingen een woest herbergvolk. (Christian DUTOIT)

*

Embiorix, koning van Gallen / Es up die Romeinen gevallen. (Jacob VAN MAERLANT)

*

Brugge is een stad vol tegenstrijdigheden. Het is een stad met een sterk gotisch stempel, d.w.z. met een katholieke strengheid. (Willy VANDENBUSSCHE)

*

Ik ben blijde van geen artiest te zijn. (Hugo VERRIEST)

*

Soms is die mens een dulder, soms een strijder. (André DEMEDTS)

*

Twee talen intrigeren me vanouds: het Afrikaans dat relatief nieuw is en vecht voor een plaatsje onder de zon, en het ‘oude’ Bretons dat dreigt te stikken onder het gewicht van het Frans. (Jan DELOOF)

*

Als Bach geen religie had gehad, dan had hij de Mattheüspassie niet kunnen schrijven, maar hij heeft daarnaast ook mooie cantates geschreven die niets met religie te maken hebben. (Etienne VERMEERSCH)

*

Van die stille avondstonden in de eenzaamheid van mijn nieuw verblijf heb ik die ‘douce souvenance’ bewaard.(Stijn STREUVELS)

*

Joubert bewaarde in zijn bibliotheek alleen maar boeken waarvan hij hield. (Jan VAN HERREWEGHE)

*

Nee, Breugel was niet zo breugeliaans. (Gaston DURNEZ)

*

Net als Guérin heb ik het priesterschap tegen het dichterschap geruild. (Hedwig SPELIERS)

*

Het reusachtige russische klooster Rossikon had men gebouwd om er 1700 monniken te herbergen en nu lopen er geen vijftig sukkelaars meer rond. (Johan SONNEVILLE)

*

De zee is een zij.(Jan VAN MEENEN)

*

De Duinkerkse arts Michiel de Swaen (1654- 1707) schreef zijn proza, poëzie en toneelstukken in een Nederlandse standaardtaal, waarvoor Vondel en Cats model stonden. (Cyriel MOEYAERT)

*

De dood is geen dreiging maar een lange dracht. (Hendrik CARETTE)

Prozagedicht

Brugse Canto I

Daar op die verdwenen verzande zeearm

roeiden de Noormannen landinwaarts

dieper in het angstige bedreigde land.

Ginds hoog boven onze al te wankele hoofden

rijst de Hallentoren

waarvan de houten top helaas is afgebrand.

Daar aan de riante Rozenhoedkaai

dronk Rainer Maria Rilke zijn rozenwater

zoals niemand anders rozenwater dronk.

Achter de witgekalkte hypocriete muren

van het bisschoppelijk paleis heerst de bisschop

over zijn kanunniken, zijn kapelaans en de kosters.

En onder de bomen op de idyllische Dijver

vond Marguerite Yourcenar als een oude vrijster

een oud Vlaams roestvrij wafelijzer.

Hier onder deze stenen werd graaf Karel de Goede

als zoon van koning Knoet en Adela van Vlaanderen

vermoord door moordenaars en door bedelaars aanbeden.

In ’t Engels klooster bad en prevelde Guido Gezelle

als biechtvader en directeur van het geweten

voor jonge mooie Engelse nonnen die daar zongen.

En op ’t Zand bevond zich vroeger het station

voor de trein naar de binnenlanden

en de trein van elk eenzaam en verlaten perron.

Maar morgen koop ik voor u een wit kanten hoofddoek

en een mand met witte chocolade en Italiaanse limonade

aan ’t Minnewater waar die treurwilg staat.

Maar eerst gaan we zeewaarts met een zeilwagen

van de vernuftige Bruggeling Simon Stevin

naar dat strand van het voormalige eiland Cadzand.

Hendrik Carette

Kroniek

Over God en alle anderen

Waar verborg de wereldgeest deze nacht zijn voorraad dromers?

Fleur Jaeggy, De waterstandbeelden

Eric Min heeft een monument opgericht. Dit monument is zijn boek Zwart licht (Kalmthout: Pelckmans, 2023) over de anarchisten in België rond 1900. Het is een prachtig monument waarin het wemelt van de vrijmetselaars, vrijdenkers, anarchisten en atheïsten rondom figuren als Jacques Menil (pseudoniem van de Brusselaar Jacques Dwelshauvers), de Franse geograaf Elisée Reclus en de Nederlandse wiskundeleraar Henri Roorda van Eysinga. Ook de cultuurpaus August Vermeylen vermeide zich in deze kringen van de Franstalige Brusselse bourgeoisie. En de illustrerende foto’s en historische documenten zijn uniek.

*

De nieuwe dichtbundel Balts (Amsterdam: De Arbeiderspers, 2023)van Luuk Gruwez

was voor mij toch een aangename literaire verrassing want de bundel bevat een groot aantal sterke gedichten die getuigen van een scherp observatievermogen (cfr. ‘Kerkhofje te Beauvoorde’, een diepmenselijke empathie (‘Over het ontbreken van een voet’) een rijk taalvermogen (‘Kennismaking’) en altijd een latente of openlijke zin voor humor (‘De boeren boeren’). De meeste gedichten zijn eerder lang en breed en getuigen ook van een onverwoestbare epische kracht waarbij vooral het gedicht ‘Psalm voor afvalligen’ opvalt.

*

Bijna verborgen in het struikgewas van het Josaphatpark in Schaarbeek staat een buste ter herinnering aan de ooit zo bekende Nestor de Tière (Eine, 1856 – Brussel, 1920). Geen enkel nationaal of lokaal theater in de Lage Landen voert nog een toneelstuk of een eenakter op van deze toentertijd zo beroemde toneelschrijver.

*

God woont nog altijd in Frankrijk, maar al jaren niet meer in Parijs of in de grote Franse steden. Hij woont nu aan de kusten van Bretagne en Normandië. Zo kan hij altijd op tijd vluchten naar het zeer katholieke Ierland.

*

Christophe Vekeman met zijn mooie cowboyhoed was even op het Griekse eiland Patmos om aldaar de Openbaring van Johannes te lezen. Ten minste één collega die zijn klassiekers kent.

*

De meeste van mijn vrienden zijn al dood omdat zij helaas niet onsterfelijk waren. De laatste gestorvene in een lange rij van doden was en is helaas Mark van Tongele.

*

Zonder Zorro en Emiliano Zapata zou het leven in Mexico zeer saai zijn.

*

Laten we niet gaan wenen in Wenen waar ooit de wereldgeest in de Weense koffiehuizen en in de apotheken woonde. Voor de Weense satiricus Karl Kraus was een dichter die leest als een kok die eet.

*

Zondagmorgen op de Nederlandse televisie hoorde ik een mooie uitdrukking die ik niet kende: Je moet niet willen trekken aan een dood paard.

*

De Argentijn Borges vond pas laat in zijn leven de liefde in de persoon van Maria Kodama.

Gelukkig had hij toen al een groot aantal fantastisch goede boeken geschreven. Verleden jaar (2023) in maart overleed ook zij als de weduwe van de beroemde man.

*

Alain Delmotte werd recentelijk voorzitter van de V.V.L. De Kortrijkzaan die zijn provincie West-Vlaanderen verliet en van wie het hele leven doordenkt is van de (vooral Franse) poëzie. Ik denk dan aan zijn dichtbundel Kleerscheuren (Kortrijk : Mayapan, 1991) waarin hij aantoonde dat hij helemaal geen warhoofd is maar een onverzettelijke poëzielezer. En Alain was ook de man die mij (of ons) wees op die toch wondermooie dagboeknotities van de Franse acteur en auteur Georges Perros onder de passende titel(s) Papiers collés. Ik geloof dat er drie delen zijn en het zijn echt boeken om dagelijks in te brevieren.

*

Ooit ontmoette ik de priesterlijke dichteres Christine D’haen en haar man in Brugge op de Markt in café ‘De Vier Winden’. Zij dronken in een stille maar grootse eenvoud een glas schuimend fris bier en aten samen een paar boterhammetjes uit een brooddoos. Ik besefte toen dadelijk dat dit eigenlijk de doos van Pandora was.

*

De Sinjaalprijs van De Tafelronde bestaat niet meer. Want na de dood van Paul de Vree verdween ook dit tijdschrift uit de literaire ruimte.

*

Ik ga alsnog een Leica (fototoestel) kopen omdat ook onze schrijvende en fotograferende herenboer Stijn Streuvels zo’n toestel had.

*

Niemand wordt zomaar iemand. Je moet van de kelder tot aan de zolder gaan.

*

Karl Kraus werd geboren in Noord-Bohemen in 1874 en werd onsterfelijk in Wenen tot hij daar stierf in het jaar 1936. Bij zijn dood zei Oskar Kokoschka : “Met de dood van Karl Kraus kwam het onafhankelijke denken in Oostenrijk ten einde.” (mijn vertaling)

Zijn tijdschrift ‘Die Fackel’ was een unieke editie. Tegen de journalisten en de journalistiek, tegen Heinrich Heine, tegen de oorlogszuchtigheid, tegen de domheid en de dommen. Slechts één citaat om zijn luciditeit en zijn humor even vluchtig aan te tonen en dit keer zonder vertaling: “Ich mische micht nicht gern in meine Privatangelegenheiten.” Een schitterende uitspraak voor alle roddelaars, valse profeten en andere ziekelijke therapeuten en psychiaters. En dan moet men nog bedenken dat Dr. Sigmund Freud daar als tijdgenoot ook in hetzelfde walsende Wenen woonde.

*

Mijn gedicht (een sonnet) over Robert Walser geniet meer en meer bijval. Maar ik zoek geen bijval. Ik zoek naar de waarheid en de feiten. En ik geniet van elke roman die deze Walser heeft geschreven in Zwitserland en daarbuiten. Bovendien heeft hij ook nog gedichten geschreven die in het Engels werden vertaald door Christoph Middleton.

*

De zeer geleerde en belezen Frans Boenders die in oktober 1966 aantrad als producer bij het derde Programma van de BRT is ook een rijk en rijp dichter, vertaler, causeur, inleider en wereldreiziger. Verleden jaar verscheen bij uitgeverij De Gebeten Hond te Harelbeke zijn dichtbundel Oude vorsten met als ondertitel in zeven toonaarden. Zijn rijmende gedichten in het Frans en het Nederlands kreunen soms onder de sombere hemels van de somberlanden maar de slotstrofe van het gedicht ‘Gedogen’, dat werd opgedragen aan zijn zus Marie-Louise, wil ik u allen absoluut niet onthouden:

Kijk niet zo beteuterd als had ik je getart!

We zijn maar wat beesten met een spraakvermogen :

drink en lach, nu ons de goden nog gedogen.

Hendrik Carette

Schaarbeek, 31 juli 2023

Bedenkingen op de dag van Pinksteren

Op 7 juni van dit jaar (2023) is het exact 180 jaar geleden dat Friedrich Hölderlin, de grote Europese dichter, stierf. Geistig umnachtet. Geestelijk gestoord. Zijn vaderland Duitsland werd onder zijn pen een nieuw oud Griekenland en geen andere Duitse dichter, ook Goethe niet, fladderden op zo’n hoogte. Martin Heidegger en Cyriel Verschaeve luisterden naar zijn verheven stem. En ook de Fransman Philippe Sollers schreef over deze bevlogen dichter met eerbied en ontzag. Onder meer over zijn voetreis dwars door Frankrijk naar Bordeaux.

*

Nee, ik weet niets van de artificiële intelligentie, maar wel een en ander van de gnosis.

*

Bij welke van de karakterschetsen van Theophrastos (Amsterdam : Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2019) van het eiland Lesbos pas je het best? Er zijn er dertig en ik som deze even op : De huichelaar, de hielenlikker, de zwamneus, de boerenpummel, de uitslover, de randfiguur, de betweter, de fantast, de profiteur, een echte krent, de vlerk, de bokkenschieter, de bedilal, de sufkop, de nurks, de kwezelaar, de kankerpit, de achterdochtige, de asociaal, de ongelikte beer, het burgermannetje, de gierigaard, de blaaskaak, de pedante kwast, de bangerik, de regent, de oude gek, de lastertong, de diefjesmaat, de geldwolf. Je moet voor een van de dertig kiezen. Het is voor elkeen onder ons een pijnlijk moment dat leidt naar zelfkennis.

*

Mijn angst voor de duisternis en de stilte van de afgrondelijke ruimte zijn Pascaliaans. Niet Napoleon Bonaparte, maar Blaise Pascal is de grootste Fransman tot op heden.

*

In het jaar 2023 zijn er voor mij nog vier levende Grote Duitsers: de cineast en filmregisseur Werner Herzog, de schilder en beeldhouwer Anselm Kiefer, de historicus en schrijver Rüdiger Safranski en de filosoof en schrijver Peter Sloterdijk.

*

“Christus werd gekruisigd omdat hij geen diploma had in de theologie”: dit is de meest waarachtige en krachtige uitspraak van de Franstalige Antwerpse dadaïst Paul Neuhuys.

*

Elke politieke beweging heeft martelaren nodig om haar adepten en volgelingen ten voorbeeld te stellen: denk maar aan Joris van Severen of aan andere mythische of historische martelaren zoals de dichter Osip Mandelstam (vermoord en verbannen op bevel van de sarcastische satanische Stalin).

*

De grootste China-kenner van de vorige eeuw was een Franstalige Belg met als schuilnaam Simon Leys die aan het eind van zijn leven in Australië woonde. Ik verwijs dan ook graag naar zijn boek Essais sur la Chine (Parijs: Laffont, 1998). Maar ik vrees dat onze jonge charmante professor Jonathan Holslag dat niet weet of helemaal niet beseft, want hij citeert of verwijst meestal enkel naar Engelstalige boeken. Zie maar naar zijn boek Vrede en oorlog (Amsterdam: De Bezige Bij, 2019). En trouwens ook naar zijn andere boeken.

*

Uitgerekend vandaag, op de dag van Pinksteren, wilde en mocht Bart de Wever op de Nederlandse televisiezender (NOS 1) spreken over de eenmaking van België en Nederland en uitgerekend op deze dag liet de klank het helemaal afweten. Echt waar. Mijn vraag is dan ook eenvoudig: Was dit zomaar een grote technische storing? Of waren hier weer die gevreesde hackers aan de slag?

*

Op een zijarm van de Neckar, in Tübingen, zag ik haar. Het was een soort van epifanie. Zij was een diva en plots kende ik haar naam. Het was Diotima.

*

Waarom, ja waarom, sprong de Griekse filosoof Empedocles in de vijfde eeuw v.Chr. in de brandende krater van de Etna-vulkaan op het eiland Sicilië in Groot-Griekenland?

*

Tussen Vlieland en Ameland dobbert mijn Friese tjalk met de Friese vlag, car je suis un Frison qui a beaucoup de frissons.

*

Op een boekenmarkt in Damme (in open lucht) vond ik een zeer merkwaardig boek van een adellijke jonkheer en vrijmetselaar Paul de Pessemier ’s Gravendries. De titel is Hubert d’Ydewalle en nu komt het : Een aristocraat uit Vlaanderen en de ondergang van Rex (Tielt: Lannoo, 1997) met toevallig in dit exemplaar ook nog een losse gevonden foto in zwart-wit van de oude uitgever Godfried Lannoo met de auteur en met een adellijk familielid (de zoon van Gravin Hélène d’Ydewalle, geboren du Sart de Bouland?). Ook de beruchte moorden van Beernem komen in dit boek ter sprake en uiteraard Léon Degrelle; de brouwerszoon uit Bouillon en de leider van Rex.

*

Wie in Europa denkt nu nog aan de strenge denker, historicus en schrijver Dominique Venner? Hij was een samoerai voor en van het Westen of het opnieuw zo bedreigde Avondland.

*

Alleen op het kleine Griekse eiland Patmos heerst nog soms een religieuze sfeer die ik zeker nog wil inademen.

Hendrik Carette

Schaarbeek, mei 2023

Gedicht op zondag

Al mijn hinderlijke mankementen

Ik lijd aan het syndroom van Stendhal

(maar enkel wanneer ik in Italië ben).

Ik lijd aan megalomanie

(maar enkel wanneer ik te midden

van kleine mensen ben).

Ik lijd aan landerigheid

(maar enkel wanneer ik aan wal ben).

Ik lijd aan melancholie,

(– merencolie schreef Christine D’haen –

maar enkel wanneer de avond valt).

Ik lijd aan zeeangst

(zoals Lodewijk Henri Wiener

maar enkel wanneer ik op een boot ben).

Ik lijd aan erge liefdesdrang

(maar enkel wanneer ik eenzaam en verlaten ben).

Ik lijd aan een erge vorm van escapisme

(maar enkel wanneer ik weg wil naar daar waar

ik nog niet geweest ben).

Ik lijd aan een erge vorm van lethargie

(maar enkel wanneer ik moe ben

van al mijn hinderlijke mankementen).

Hendrik CARETTE

Boekbespreking

Mooie pleidooien en aanklachten van Luc Devoldere

Luc Devoldere (°Kortrijk, 1956) lijkt een beetje op een bleke asceet of een magere estheet. Althans hij werd opgevoed of opgeleid door de jezuiëten in het befaamde Sint-Barbaracollege in Gent waar ook mensen als de politicus Joris van Severen en de dichter Charles van Lerberghe op de schoolbanken zaten. In zijn nieuwste boek vindt de lezer trouwens niet toevallig een stuk over de merkwaardige correspondentie van een Franstalige geleerde kanunnik met Joris van Severen onder de titel ‘De weerlichten van het genie’. En overigens nog vele andere korte of langere stukken die zeker de moeite waard waren om hier gebundeld te worden in dit mooi uitgegeven dik boek.

Devoldere, de voormalige hoofdredacteur van het tijdschrift Ons Erfdeel (recentelijk om onduidelijke redenen van naam veranderd in De Lage Landen) opent zijn nieuw boek met een verrassend pleidooi voor meer mentale hygiëne en dit zowel in ons spreken als in ons schrijven. Het mooie aan dit dikke boek is dat het in feite over van alles en nog wat gaat. De te lange en wat moeilijke titel Was alles al gezegd, nog niet door hen lijkt mij dit keer echter niet zo goed gekozen. De vorige titels van zijn eerder verschenen boeken ware al veel beter zoals bij voorbeeld Tegen de kruideniers (2014) en Lucifers bij de brand (2009). De ondertivan zijn nieuwste pas verschenen boek ‘Pleidooien & Aanklachten’ klinkt al veel beter. Hoewel ik heel veel mooie pleidooien vond en maar weinig harde aanklachten. Luc Devoldere is dan ook een essayist of een literaire journalist die vanuit de bewondering en dverwondering werkt.

Pleidooi voor Paul Claes

Zijn portret van de door hem terecht zeer bewonderde Paul Claes ‘Alexandrijn in Kessel-Lo’ (van bladzij 49 tot en met bladzij 56) is een mooi pleidooi om alles van dit literaire Vlaamse genie te lezen. En dat zijn trouwens meer dan honderd boeken over de meest diverse onderwerpen gaande van de Romein Catullus tot het Franse genie Arthur Rimbaud en van onze dichters Christine D’haen tot de verzen van de fascist Ezra Pound. Of van A tot Z. Zo komt Devoldere bij de letter K op het woord Kameleon en ik citeer hier even de zeer juiste en geestige bedenking of notitie: Volgens Claes bestond zijn remedie tegen het writer’s block erin literaire kameleon te worden. Hij was achtereenvolgens sater, panter, phoenix en kameleon. In wezen is hij altijd schorpioen geweest. Hij kent geen writersblock, geen angst voor de witte pagina. Nulla dies sine linea. Geen dag zonder zin (zie ook Z). Dat laatste Latijnse devies was trouwens ook het devies van de noest schrijvende Stijn Streuvels. Maar dit vermeldt Devoldere dit keer niet, hoewel hij in zijn boek ook een krachtig pleidooi houdt voor de Stijn Streuvels van Het leven en de dood in den ast in het stuk ‘Tot alles zingt van onvermogen’ dat volgens onze bewonderaar begint met een paukenslag. Ook de dichters Jacques Bloem en Richard Minne krijgen hier korte maar mooie pleidooien. En Devoldere is ook duidelijk een bewonderaar van de onlangs overleden dichter Menno Wigman en de nu zwijgende dichter Leonard Nolens. Wie trouwens echt wil genieten van zijn pen moet zijn essays lezen over de Franse kunstschilder Jean Boulogne (geboren in Atrecht of Arras ) en over de figuratieve en decoratieve schilderijen van de vreemde Fries Sir Lawrence Alma Tadema met telkens uiteraard de daarbij horende illustrerende foto’s.

Als classicus kon hij het niet laten ook over de schelmenroman van Petronius te schrijven en zijn hommage aan de tragische Italiaanse communist Antonio Gramsci (1891-1937) onder de titel ‘Antonio Gramsci haat de onverschilligen’ met zijn vertaling van een fragment rechtstreeks uit het Italiaans is een document van een historische meerwaarde. Het is trouwens niet de eerste keer dat hij zich buigt over deze Gramsci en over Italië. In 2012 gaf de kleine maar fijne uitgeverij P te Leuven de dichtbundel De as van Gramsci uit van de wereldberoemde cineast en dichter Pier Paolo Pasolini en dit in de vertaling van Luc Devoldere.

Aangename verrassingen

En dan zijn er ook nog een viertal totaal onverwachte verrassingen die dit kleurrijke lees- en kijkboek zo aangenaam en leerzaam maken. Er is de hommage aan de fotograaf Stephan Vanfleteren onder de toepasselijke titel ‘Gehavende waardigheid’. Er is het artikel over de plastische kunstenaar Johan van Geluwe ‘De ondraaglijke lichtheid van belgitude’ met op bladzij 96 de zeer merkwaardige foto van een installatie aan de Schelde in Oudenaarde met de borden Achtung Sie verlassen das Heilige Römische Reicch Deutscher Nation en Attention! Vous quittez le Royaume de France! En wie de geschiedenis van onze gewesten kent zal de grap van deze geslaagde installatie wel begrijpen. En ten slotte is er ‘Het woord dat recht

heeft om te bestaan’ over de mij totaal onbekende Boris Pahor (Trieste, 1913) dat een zeer schokkend en ontroerend document humain werd. Dit hele prachtboek (ik overdrijf niet!) kent slechts één schoonheidsfoutje en dat is het veel te korte en misleidende stuk over de Franse denker en schrijver Paul Valéry. Met de zeer pretentieuze titel ‘Een mislukt schrijver’.

Waar haalt hij het en hoe durft hij deze Valéry als een mislukt schrijver te beschouwen. Je moet wel zeer elitair zijn en bijna wereldvreemd om zulk een stuk te willen schrijven. Want heel dubbelzinnig schrijft Devoldere plots toch nog : Laat ons pleiten voor het lezen van Valéry, vooral dan zijn proza… Je moet bij de jezuïeten hebben gestudeerd om deze gedachtesprong te maken. Wat is het nu? Was hij nu een mislukt schrijver of niet. Maar dit is maar detailkritiek. Want dit boek is echt al bij al en prachtboek. En de geheime of verborgen bewonderaars (neen, niet de historicus-journalist Marc Reynebeau!) van de politicus en ideoloog Joris van Severen zullen ook weer genieten. Want het moet toch niet altijd over communisten en Joden gaan. Want alles is nog niet gezegd, ook niet door de erudiete en eminente essayist Luc Devoldere.

Hendrik Carette

*Was alles al gezegd, nog niet door hen, ondertitel ‘Pleidooien en aanklachten’, Luc Devoldere, Leuven: Uitgeverij P, 2021, 285 blz., 29,50 euro, ISBN 978-94-93138-40-7.