Mooie pleidooien en aanklachten van Luc Devoldere

Mooie pleidooien en aanklachten van Luc Devoldere 

Luc Devoldere (°Kortrijk, 1956) lijkt een beetje op een bleke asceet of een magere estheet. Althans hij werd opgevoed of opgeleid door de jezuiëten in het befaamde Sint-Barbaracollege in Gent waar ook mensen als de politicus Joris van Severen en de dichter Charles van Lerberghe op de schoolbanken zaten. In zijn nieuwste boek vindt de lezer trouwens niet toevallig een stuk over de merkwaardige correspondentie van een Franstalige geleerde kanunnik met Joris van Severen onder de titel ‘De weerlichten van het genie’.  En overigens nog vele andere korte of langere stukken die zeker de moeite waard waren om hier gebundeld te worden in dit mooi uitgegeven dik boek. 

Devoldere, de voormalige hoofdredacteur van het tijdschrift Ons Erfdeel (recentelijk om onduidelijke redenen van naam veranderd in De Lage Landen) opent zijn nieuw boek met een verrassend pleidooi voor meer mentale hygiëne en dit zowel in ons spreken als in ons schrijven. Het mooie aan dit dikke boek is dat het in feite over van alles en nog wat gaat. De te lange en wat moeilijke titel Was alles al gezegd, nog niet door hen lijkt mij dit keer echter niet zo goed gekozen. De vorige titels van zijn eerder verschenen boeken ware al veel beter zoals bij voorbeeld  Tegen de kruideniers(2014) en Lucifers bij de brand (2009). De ondertivan zijn nieuwste pas verschenen boek ‘Pleidooien & Aanklachten’ klinkt al veel beter. Hoewel ik heel veel mooie pleidooien vond en maar weinig harde aanklachten. Luc Devoldere is dan ook een essayist of een literaire journalist die vanuit de bewondering en dverwondering werkt. 

Pleidooi voor Paul Claes   

Zijn portret van de door hem terecht zeer bewonderde Paul Claes ‘Alexandrijn in Kessel-Lo’ (van bladzij 49 tot en met bladzij 56)  is een  mooi pleidooi om alles van dit literaire Vlaamse  genie te lezen. En dat zijn trouwens meer dan honderd boeken over de meest diverse onderwerpen gaande van de Romein Catullus tot het Franse genie Arthur Rimbaud en van onze dichters Christine D’haen tot de verzen van de fascist Ezra Pound. Of van A tot Z. Zo komt Devoldere bij de letter K op het woord Kameleon en ik citeer hier even de zeer juiste en geestige bedenking of notitie: Volgens Claes bestond zijn remedie tegen het writer’s block erin literaire kameleon te worden. Hij was achtereenvolgens sater, panter, phoenix en kameleon. In  wezen is hij altijd schorpioen geweest. Hij kent geen writersblock, geen angst voor de witte pagina. Nulla dies sine linea. Geen dag zonder zin (zie ook Z). Dat laatste Latijnse devies was trouwens ook het devies van de noest schrijvende Stijn Streuvels. Maar dit vermeldt Devoldere dit keer niet, hoewel hij in zijn boek ook een krachtig pleidooi houdt voor de Stijn Streuvels van Het leven en de dood in den astin het stuk ‘Tot alles zingt van onvermogen’ dat volgens onze bewonderaar begint met een paukenslag. Ook de dichters Jacques Bloem en Richard Minne krijgen hier korte maar mooie pleidooien. En Devoldere is ook duidelijk een bewonderaar van de onlangs overleden dichter Menno Wigman en de nu zwijgende dichter Leonard Nolens. Wie trouwens echt wil genieten van zijn pen moet zijn essays lezen over de Franse kunstschilder Jean Boulogne (geboren in Atrecht of Arras ) en over de figuratieve en decoratieve schilderijen van de vreemde Fries Sir Lawrence Alma Tadema met telkens uiteraard de daarbij horende illustrerende foto’s. 

            Als classicus kon hij het niet laten ook over de schelmenroman van Petronius te schrijven en zijn hommage aan de tragische Italiaanse communist Antonio Gramsci (1891-1937) onder de titel ‘Antonio Gramsci haat de onverschilligen’ met zijn vertaling van een fragment rechtstreeks uit het Italiaans is een document van een historische meerwaarde. Het is trouwens niet de eerste keer dat hij zich buigt over deze Gramsci en over Italië. In 2012 gaf de kleine maar fijne uitgeverij P te Leuven de dichtbundel De as van Gramsci uit van de wereldberoemde cineast en dichter Pier Paolo Pasolini en dit in de vertaling van Luc Devoldere. 

Onverwachte verrassingen  

En dan zijn er ook nog een viertal totaal onverwachte verrassingen die dit kleurrijke lees- en kijkboek zo aangenaam en leerzaam maken. Er is de hommage aan de fotograaf Stephan Vanfleteren onder de toepasselijke titel ‘Gehavende waardigheid’. Er is het artikel over de plastische kunstenaar Johan van Geluwe ‘De ondraaglijke lichtheid van belgitude’ met op bladzij 96  de zeer merkwaardige foto van een installatie aan de Schelde in Oudenaarde met de borden Achtung Sie verlassen das Heilige Römische Reicch Deutscher Nation enAttention! Vous quittez le Royaume de France! En wie de geschiedenis van onze gewesten kent zal de grap van deze geslaagde installatie wel begrijpen. En ten slotte is er ‘Het woord dat recht 

heeft om te bestaan’ over de mij totaal onbekende Boris Pahor (Trieste, 1913) dat een zeer schokkend en ontroerend document humainwerd. Dit hele prachtboek (ik overdrijf niet!) kent slechts één schoonheidsfoutje en dat is het veel te korte en misleidende stuk over de Franse denker en schrijver Paul Valéry. Met de zeer pretentieuze titel ‘Een mislukt schrijver’.

Waar haalt hij het en hoe durft hij deze Valéry als een mislukt schrijver te beschouwen. Je moet wel zeer elitair zijn en bijna wereldvreemd om zulk een stuk te willen schrijven. Want heel dubbelzinnig schrijft Devoldere plots toch nog : Laat ons pleiten voor het lezen van Valéry, vooral dan zijn proza… Je moet bij de jezuïeten  hebben gestudeerd om deze gedachtesprong te maken. Wat is het nu? Was hij nu een mislukt schrijver of niet. Maar dit is maar detailkritiek. Want dit boek is echt al bij al en prachtboek. En de geheime of verborgen bewonderaars (neen, niet de hstoricus-journalist Marc Reynebeau!) van de politicus en ideoloog Joris van Severen zullen ook weer genieten. Want het moet toch niet altijd over communisten en Joden gaan. Want alles is nogniet gezegd, ook niet door de erudiete en eminente essayist Luc Devoldere. 

                                                                                                         Hendrik Carette  

*Was alles al gezegd, nog niet door hen, ondertitel ‘Pleidooien en aanklachten’, Luc Devoldere,  Leuven: Uitgeverij P, 2021, 285 blz., 29,50 euro, ISBN 978-94-93138-40-7.    

Beschouwingen

Elf paradoxen uit mijn lang leven 

Ik draag een Japans polshorloge met Romeinse cijfers.

*

Mijn haar werd grijs en mijn ziel zwartgeblakerd.

*

Mijn snor is Streuveliaans, het is geen Nietzscheaanse knevel. 

*

Ik houd zowel van Italië als operetteland als van Griekenland het tragedieland. 

*

Mijn ideale droomland is het Blootland in Frans-Vlaanderen. 

*

Hoewel ik geen Jood ben, lees ik graag in de Heilige Boeken.

*

Indien ik een Mongool was zou ik als Mongoolse ruiter zowel van Binnen-Mongolië naar Buiten-Mongolië rijden. Heen en weer, in weer en wind. 

*

Ik ben en blijf een adept van de groten der aarde. Maar wees gerust, ik kan deze groten op één hand tellen. 

*

Alleen als eenzame kan ik eerzaam blijven. 

*

Mijn geliefde doden leven nog verder in mij tot aan mijn dood. 

*

Zonder de muziek en de mystiek zou mijn leven zinloos zijn. 

Met onderdanigheid,

Hendrik Carette

Schaarbeek, 6 augustus 2021

Tijdsbeeld

Sneakers

Niemand keuvelt nog; iedereen chat.
Niemand loopt nog langzaam en waardig.
Iedereen draaft als een runner.
En niemand loopt nog het vuur
uit zijn sloffen
maar beweegt zich
sluipend als een gluiperd
met modieus lelijk en goedkoop schoeisel
uit China waar niemand nog iemand is.

Hendrik Carette

Brief als gedicht

Het gelukkige lezen

                                                                      voor mijn broer Bart 

Ik lees elk jaar het nieuwe boek 

van onze jonkvrouw Amélie Nothomb 

en sinds enige tijd ook een altijd avontuurlijk boek 

van de witte Fransman Sylvain Tesson 

(uiteraard in het Frans 

en niet in ’t vertaalde verwaterde Nederlands).  

Ik lees Gezelle in het sappige West-Vlaams

en Antjie Krog in ’t succulente Afrikaans.

Bij William Blake staar ik ook naar zijn gekleurde 

en geëtste platen met die langharige profeten.

Bloemardinne of Vrouwe Hadewijch lees ik in het Diets 

en die zwetsende Zwitser Robert Walser in het Duits.

Artaud en Michaux lees ik allang niet meer. Neen. 

Alleen het leven van de Titaantjes en die drie dochters 

van de generaal, Aleksandra, Adelaïda en Aglaja

blijven mij verblijden. 

Hendrik Carette

Wie was Etienne Vermeersch?

Was hij een impotente Socrates of gewoon een rationele denker?  

In memoriam Etienne Vermeersch (Brugge,1934 – Gent, 2019)  

            In het boek Vaarwel en beste wensen(Polis, 2016) staan gedichten vertaald uit het Italiaans en zelfs één gedicht geschreven in het Friulaans door Pier Paolo Pasolini en ook dit gedicht werd vertaald door Piet Joostens die ook tien polemieken vertaalde en verzamelde voor dit zeer merkwaardige boek. Eén polemisch artikel uit de Italiaanse krant ll Corrieri della Sera van 19 januari 1975 werd hier opgenomen en vertaald en heeft als lange titel (aanvankelijk gewoon als ‘Sono contro l’aborto’): ‘Geslachtsgemeenschap, abortus, de valse tolerantie van de macht en het conformisme van de progressieven’. En ik vraag mij nog altijd af: wat zou iemand als Etienne Vermeersch, een heilige (geen ketter) van en voor de Linkse Kerk, bij zo’n polemisch stuk wel denken of niet denken. Want misschien was hij wel een denker, maar geen filosoof. De dichter Pasolini was harder toen hij schreef:

                                   Hier spreekt een ellendige, impotente Socrates,

                                   een die wel kan denken maar niet kan filosoferen     

            Overigens was Etienne Vermeersch ook nooit een ketter en de katholieke priester en theoloog André Léonard is al lang geen kerkvorst meer. Een ketter gelooft immers wel in een bepaald geloof of in een bepaalde leer, ook al is het dan een dwaalleer. De Catharen waren ketters. Ook de Arianen of aanhangers van het Arianisme. In het boek Ketters (1)van de marxistische schrijver Theun de Vries werd de geschiedenis van al die christelijke ketterijen uitvoerig gerelateerd. Etienne Vermeersch was dus een atheïst of een ongelovige, maar geen ketter. De titel van het boek De ketter en de kerkvorst van Joël de Ceulaer is dan ook zeer slecht gekozen en bewijst meteen hoe snel het onbegrip en de misverstanden zich als bacteriën en virussen in de geest verspreiden. Ik heb dit boek dan ook bewust niet gelezen omdat de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer mij leerde wat hij elke goede lezer leerde: Om het goede te lezen, is het een van de voorwaarden dat men het slechte niet leest; want het leven is kort, tijd en energie zijn beperkt. (2) 

            En een andere prachtige passage van de filosoof Schopenhauer in dit boek en in dit verband (het niet kunnen en niet willen lezen van alle bestaande boeken) is de volgende: Volgens Herodotus barstte Xerxes bij de aanblik van zijn onafzienbare leger in tranen uit toen hij bedacht dat niemand van al die mannen over honderd jaar nog in leven zou zijn. Wie zou dan niet in tranen uitbarsten als hij zich bij het doorbladeren van de catalogus van nieuw verschenen boeken realiseert dat er van al die boeken over tien jaar geen één meer gelezen wordt?   

            Maar ik mag niet afdwalen: de drie boeken van onze Vlaamse denker en hoogleraar die ik wel heb gelezen zijn het zeer beknopte Over God (3) en het zeer uitgebreide interviewboek van zijn apostel Dirk Verhofstadt In gesprek met Etienne Vermeersch met als ondertitel ‘een zoektocht naar waarheid’ (4) en dit lijvige boek is inderdaad een zoektocht naar de waarheid (waarheden?) van de atheïst Vermeersch.

            Hoewel hij in Wetteren woonde, was deze kleine vriendelijke man een West-Vlaming, maar vermoedelijk vond hij dit eerder een toeval en vond hij dit feit niet zo belangrijk. 

            Overigens onaneren deed hij ook al niet. Ook niet (naar zijn eigen woorden) in het klooster van de Jezuïeten in Drongen. Voor de rest denk ik dat hij op één punt alleszins meer dan gelijk had: de overbevolking is of wordt een gigantisch wereldprobleem voor onze blauwe planeet. Toch resten mij nog andere vragen die ik graag had gesteld toen hij nog leefde of onder ons was… Zoals bijvoorbeeld: 

            – Las hij ooit de eminente essays in de eminente boeken van de- marxist en  filosoof Bernard Groethuysen? 

            – Wat dacht hij eigenlijk over de apofatischemystiek?

            – Hoe komt het dat hij geen vrijmetselaar was?

            – Las hij wel eens een boek van de Frans-Roemeense filosoof E. M. Cioran?  

            – Hoe stond hij tegenover de filosofische uitspraken van Simone Weil in haar  geestelijk testament La Pesanteur et la Grâce?

            – Las hij ooit de Rebuten van de denkende dichter Renaat Ramon? 

            – Wat was zijn houding t.o.v. de overweldigende ideeën en boeken van  de  filosoof Friedrich Nietzsche? 

            Het zijn wel vragen die voor mij veel relevanter zijn dan de ongetwijfeld kwellende vragen over abortus, euthanasie, de islam en alle andere religies van de volgelingen van Mani, Mozes, de profeet Mohammed en de Messias die nog moet komen of al op aarde is gekomen.   

            Na zijn dood is het zeer de vraag of er de komende decennia nog ooit zo’n erudiete man op het scherm van onze televisietoestellen kan komen en wie waar en op welk niveau zoals Etienne Vermeersch zou kunnen debatteren of monologen houden. En ik verwijs alleen maar naar de titels van de vierentwintig hoofdstukken in het interviewboek van Dirk Verhofstadt dat al vijftien drukken kende en dat als een soort van Bijbel voor een atheïst kan gelden: 

1. Een zoektocht naar waarheid

2. Van niets naar iets en van iets naar niets

3. De eerste mens

4. Over God en moraal

5. Atheïsme als basis voor de moraal

6. Het vaststellen van morele normen 

7. Over cultuurrelativisme en monoculturalisme

8. Naar een kosmopolitisch humanisme

9. Aanval op de moderniteit

10. Religie versus vooruitgang

11. Goddelijke openbaringen 

12. Religies en misogynie

13. De opmars van de islam

14. De katholieke Kerk in vraag

15.  Historisch schuldbesef

16. De toekomst van het atheïsme

17. Strijd tegen pseudowetenschap

18. De verheerlijking van het lijden

19. Het recht op zelfbeschikking

20. De mens, flora en fauna

21. De draagkracht van de aarde

22. Over vrijheid en solidariteit

23. Kan kunst de wereld redden?

24. Over het leven na de dood

            En zeker, de rationalist Etienne Vermeersch hield van de zuivere wiskunde en van de poésie pure, van de muziek van de geniale componist Bach en van het Latijn en hij is zeker niet gestorven in schande. Hij was een goed mens, een zoekende in de woestijn waarin wij allen (helaas met veel te velen) moeten samen zijn. Maar ik geloof toch dat hij eerder een zeer lucide denker was dan een schrijvende filosoof.   

                                                                                                  Hendrik Carette 

————————————————————————————————————–

(1) ondertitel ‘Veertien eeuwen ketterij, volksbeweging en kettergericht’, Amsterdam : Querido, 1987. 

(2) in In de tuin der letteren, Over de kunst van het schrijven, vert. en ingeleid door Hans Driessen, Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2008 op pagina 78 e.v. in het hoofdstuk ‘Over lezen en boeken’.   

(3) Antwerpen: Vrijdag, 2016. 

(4) Antwerpen: Uitgeverij Houtekiet, vijftiende druk, februari 2019.

GEDICHT

Een halo 

Vous comprenez donc pourquoi 

il est nécessaire de se purifier sur les hauteurs. 

                        CioranSolitude et destin 

Niet in de buurt van het casino 

in de badplaats Blankenberge 

maar dicht bij de abdij 

niet ver van de Mont-Blanc 

zie ik u nu 

in een glinstering of een halo.   

Hendrik Carette

Gedicht

De achterkant van een groots gedicht 

Aan de achterkant vind je een klankkast met alle 

dentalen en labialen die de gemaskerde maker   

dagenlang aan elkaar heeft gelast 

en dan weer losgesneden of geretoucheerd. 

De achterkant verbergt de pijnlijke geheimen 

met schrappingen en wijzigingen die niemand 

nog kan zien of horen en het kleine kluwen 

van de bedrading met chips en flexibele draden. 

Aan de achterkant vind je een zwart wormgat

binnen in de witruimte van de papieren piramide     

van al wat duister blijft en alle aandacht aanzuigt

voor de halfblinde of verblinde lezer.

Hendrik Carette 

Mijn eerste helden

  Mijn eerste helden 

                                   Doden en dichten gaan goed samen. Dat vonden althans                                               de Grieken, die bij de opvoeding van hun zonen aandacht                                        besteedden aan zowel militaire als muzische                                                                      vaardigheden.   

                                                           Piet GerbrandyRoemdaden der mannen                                                    

            Mijn eerste helden waren zeker niet Jansen en Jansens, Lambik, Kuifje, tante Sidonie of tante Sidonia, Asterix en Obelix of de stoere Rode Ridder. Mijn eerste helden waren historische figuren zoals de monnik Willem van Saeftinghe van de abdij Ter Doest in Lissewege (het Brugse Vrije), de Duinkerkse kaper (een kaper heeft een kaperbrief en is geen zeerover!) Jan Bart (Jean Bart voor Lodewijk XIV) en Robrecht de Fries (de grootste graaf van Vlaanderen) die ik allen leerde kennen dankzij de jeugdboeken in de reeks Dietse Gestalten van uitgeverij Lannoo toen deze uitgever in Tielt, in de brousse van West-Vlaanderen, nog goede literaire boeken uitgaf. Ook de Vlaamse opstandelingenleider en vrije boer uit Lampernisse Niklaas Zannekin (ik ben trouwens al jaren een overtuigd lid van de vereniging Zannekin die al vele jaren elk jaar een jaarboek uitgeeft !),  kapitein Nemo met zijn onderzeeboot de Nautilus (uit het boek Twintigduizend mijlen onder zee dat later verfilmd werd met o.m. de acteur Kirk Douglas), de watergeuzen, de bosgeuzen en de exploten en avonturen van de West-Vlaamse bandiet Lodewijk Baekelandt die lange tijd kon schuilen in het toen nog haast ondoordringbare Vrijbos van Houthulst, tot hij op 2 november 1803 werd onthoofd op de Markt van Brugge, maakten op mij een onuitwisbare indruk. En dankzij een ouder buurmeisje in Assebroek dat studeerde voor onderwijzeres leerde ik al vroeg lezen en als mooie jonge jongensprins las ik niet graag stripverhalen of boeken met teveel prentjes en plaatjes maar wel boeken van Jules Verne (met die mooie harde blauwe kaften met gouden opdruk) en Karl May, Jean Ray (John Flanders) en de nu bijna geheel vergeten jeugdschrijver F.R. Boschvogel (Frans Ramon) van wie vooral deze laatste verantwoordelijk was voor mijn eerste heldenverering en voor mijn identificatie met die kleurrijke en krachtige eerste helden. Later volgden uiteraard nog andere helden zoals kapitein Ahab (niet de Achab uit de Bijbel) van de Amerikaanse auteur Herman Melville, de zwerver Tamalone in het boek Een zwerver verliefd van Arthur van Schendel, Jan Boele uit de novelle ‘In ’t water’ van Stijn Streuvels (over wie ik in het achtste jaarboek van het Stijn Streuvelsgenootschap vele jaren later een essay mocht schrijven), en ook de soldaat Johan uit het gelijknamige boek van Filip de Pillecyn.  Onlangs vond ik dit romantische boek (Amsterdam : P.N. Van Kampen & Zoon) uit 1939 terug in een antiquariaat in het boekendorp Damme en herlas het helemaal in een vlaag van bewondering en verwondering. Het boek begint met een paginalange cursieve tekst die als het ware de thematiek en de tijdslijn van deze fictieve historische roman samenvat en situeert : “Na zijn jeugd in het leger van den Hertog van Bourgondië te hebben doorgebracht, keert de soldaat Johan terug naar den grond. De soldaat zal nooit in hem kunnen sterven, maar evenmin ontkomt hij aan de dwingende macht van de aarde.” Een mooi begin en dan begint Filip de Pillecyn een bladzij verder met   de eerste zin van het eerste van de dertien hoofdstukken : “Weinige oogenblikken vooraleer de hertog Karel de Stoute neergeslagen werd op het veld bij Nancy, viel de soldaat Johan. Hij had de benden, die met hem waren opgerukt, links van hem zien wegvluchten; de paarden steigerend doorheen het voetvolk in den wasem van hun zweet.” Geef toe dat dit klinkt als een mooi en sterk begin voor een gespannen lezende en dromende adolescent. Sindsdien kan ik geen kwaad woord horen over deze Vlaamse schrijver die ook nog andere nog steeds zeer leesbare boeken heeft geschreven.  En verleden zomer ontmoette ik de dichter Roland Jooris in de brousse van West-Vlaanderen (in een lege en ontwijde kerk in Vinkem) en tot mijn instemmende tevredenheid begon hij zelf over Filip de Pillecyn en stelde in een gesprek buiten aan de poort buiten deze kerk onomwonden dat deze schrijver één van de grootste en fijnste stilisten van Vlaanderen was en is… En hij citeerde en reciteerde. Zomaar par coeur… Ik moet en wil nog veel lezen en herlezen en dan vooral de boeken over mijn eerste helden tijdens mijn eerste jongensjaren in het oude, koude en katholieke, Brugge waar de bisschop meer macht en invloed had dan de gouverneur. En waar alles voor mij begon bij het zien van het avondlijke of nachtelijke massaspektakel Heilig Bloedspel te Brugge in 1962 in de regie van Anton van de Velde die ook de auteur was van het vierde boekje of brochure in de reeds vermelde reeks Dietse Gestalten over Willem van Saeftinge. Terwijl Boschvogel het eerste boekje schreef over Robrecht de Fries. En zowel Friesland als de Bourgondische hertogen, zowel de geschiedenis als de geografie blijven mij sindsdien fascineren bij het lezen van biografieën, historische romans en eminente essays over de oude klassieke Ouden. 

                                                                                                         Hendrik Carette 

Gedicht bij een schilderij van Serge Largot

We are a little bit crazy*

Het orkaan duurt zolang wij bestaan. 

Het vuur laait in liefdeslichterlaaie. 

De oranje vlammen flakkeren naar dieprood

en de groene tongen branden blauwgrauw

in wemelende woelingen.

Hier is de natuur niet aan de macht 

maar de geest die de materie beheerst.

De opstandige geest die het zuiverende vuur

van de hartstocht in felle tintelende verflagen 

laat nederdalen

zoals het naakte woord voor sprooksprekers

en pinksterpolyglotten neerdaalt als een ravage 

enLargot le peintre vagabond

van een landschap een schilderij maakt 

met het warme coloriet van magma en lava.   

Hendrik Carette 

* Titel van een schilderij van Serge Largot, 

oil on canvas 50 x 70 cm, Bonaire, juli 2009  

Italië-gedicht

Afgeslankt gedicht (deductum carmen) 

Ik sta op een verlaten perron van een leeg station.

De nacht duurt nog minstens één uur.

Het weer is guur. 

Morgen reis ik met de trein naar Turijn 

niet om daar de lijkwade te zien 

noch om daar een versleten paard te omhelzen 

maar om weer in het theatrale Italië te zijn. 

Het land van de pauselijke pauwen, prelaten 

en poëten zoals Pound, Pasolini en Petrarca. 

Hendrik Carette