Portretgedicht

Zeven aangename Antwerpenaren

Paul N. schreef gedichten zonder waterigheid
rookte sigaren en leefde jachtig
en uitbundig in de belle époque van zijn Dada.

Adriaan P. benoemde bloemen en planten
met de Latijnse namen en werd later een monnik
in het hoogland van de Boeddha.

Julien V. was een eminente schaakspeler
en offerde zijn dame
maar plaatste een pleister op alle wonden.

Guy V. was de laatste Franstalige aristocraat
en tijdens een lange lome zondag reisde hij
als fotograaf naar de graftomben van Londen.

Werner S. was griffier en kanselier
bij de Pink Poets en had een volle zwarte snor
voor een handkus aan een blonde dame.

Fons de R. was een fervente flamingant
en hij schreef een beroemd strijdgedicht
over de fusillade of de dood van August Borms.

Paul de V. was de stichter van De Tafelronde
en ook de oom van zijn neef Freddy
maar bovenal de opa van onze avant-garde.

Hendrik Carette

Sonnet

Sonnet over Robert Walser

Hij stierf in Herisau op een kitscherige Kerstdag
in een driedelig pak met een vilthoed.
In zijn jeugd schreef hij welhaast dag na dag
vanuit een innerlijke gloed.

Hij sliep meestal in een koude mansarde of alkoof.
Velen in wereldsteden als Wenen en Praag
zoals Kafka en Max Brod lazen graag
zijn vertelsels gedrenkt in een oud geloof.

De jaren vergleden traag in de trechter van de tijd
maar een halve eeuw
later na zijn betere jaren in Bern en Berlijn

viel hij dood op de sneeuw
als een hongerlijder na een eetfestijn
of een boer op de sneeuwklokjes van zijn meid.

Hendrik Carette

In memoriam Maris Bayar

Maris Bayar, de groothertogin, leeft nog na al die glorieuze dagen en bevroren jaren

Haar debuut viel als een zonneregen boven ’t Steen.

Zij leeft nog en ligt al jaren onder een paardendeken
op haar bed als na een lange sneeuwstorm.

Zij troont op een berg van smarten of op een berg
van eenzaamheid en latente lankmoedigheid.

Alleen een prinsesje, haar bleke dochter Iris,
bestijgt die Berg om haar op zondag te bezoeken.

Maris was altijd al zwaar beladen met balladen,
mispels en camelia-bloemen als Japanse rozen.

In haar glorieperiode at zij het liefst oosterse gerechten
en soms een zilveren lepeltje met glanzende kaviaar.

Overgoten met roze champagne terwijl haar gewaden
bleven ruisen als de branding aan een maanzieke zee.

Hendrik Carette